ECLI:NL:RVS:2011:BQ9636
Raad van State
- Hoger beroep
- D. Roemers
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning en last onder dwangsom voor ligplaats schip in Spoorhaven Stavoren
Het college van burgemeester en wethouders van Nijefurd legde aan appellant een last onder dwangsom op om zijn schip voor een bepaalde datum uit de Spoorhaven te Stavoren te verwijderen. Tevens werd een vergunning voor het innemen van een ligplaats geweigerd. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college handhaafde deze besluiten met gewijzigde motivering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit van het college, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant terecht was uitgenodigd voor de zitting en dat het nieuwe recht niet van toepassing is omdat de overtreding plaatsvond vóór de inwerkingtreding van de wetswijziging. De Afdeling bevestigt dat het college bevoegd was handhavend op te treden vanwege overtreding van de Havenverordening. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de Spoorhaven een passantenhaven voor recreatief gebruik is en dat het college de vergunning mocht weigeren. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de aangehaalde vergelijkingen niet vergelijkbaar zijn.
De last onder dwangsom is niet onevenredig in verhouding tot de te dienen belangen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.