ECLI:NL:RVS:2011:BQ9637
Raad van State
- Hoger beroep
- D. Roemers
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning Drank- en Horecawet wegens onvoldoende hoogte horecalokaliteit
Het college van burgemeester en wethouders van Venlo heeft bij besluit van 12 februari 2010 een vergunning krachtens de Drank- en Horecawet geweigerd aan appellant. Deze vergunning was nodig voor het exploiteren van een horecabedrijf. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Roermond, die het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de hoogte van een deel van de horecalokaliteit. Volgens artikel 4 van Pro het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet moet een horecalokaliteit een minimale hoogte van 2,40 meter hebben. In dit geval was een deel van de horecalokaliteit slechts 2,27 meter hoog. De rechtbank had geoordeeld dat het college op grond van artikel 27 van Pro de Drank- en Horecawet gehouden was de vergunning te weigeren.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit terecht en op goede gronden had gedaan. De dwingende formulering van de wettelijke bepalingen liet geen ruimte voor een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.