ECLI:NL:RVS:2011:BQ9648
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.W.L. Loeb
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking gedoogbeslissing verkoop softdrugs in Spijkenisse
De burgemeester van Spijkenisse trok bij brief van 26 mei 2009 de gedoogbeslissing voor de verkoop van softdrugs in een horecagelegenheid aan een locatie in Spijkenisse met onmiddellijke ingang in. De burgemeester verklaarde het bezwaar van de exploitant tegen deze intrekking niet-ontvankelijk. De rechtbank Rotterdam oordeelde echter dat de intrekking een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was en vernietigde het besluit van de burgemeester.
De Raad van State stelde in hoger beroep vast dat de passage over de verkoop van softdrugs in de exploitatievergunning slechts informatief van aard is en geen rechtsgevolg heeft. De exploitatievergunning betreft horeca-activiteiten en niet de exploitatie van een coffeeshop. De intrekking van de gedoogbeslissing is daarmee geen besluit in de zin van de Awb. De burgemeester handelde dan ook terecht door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de exploitant tegen het besluit van 22 maart 2010 ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de exploitant tegen het besluit van de burgemeester wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.