ECLI:NL:RVS:2011:BQ9651
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging geslachtsnaam minderjarige zonder instemming ouder
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van een minderjarige dochter in de naam van haar stiefvader. De minister had het voornemen dit verzoek in te willigen, maar de vader van het kind, appellant, verzette zich hiertegen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De minister stelde dat de moeder en stiefvader de minderjarige gedurende ten minste drie aaneengesloten jaren voorafgaand aan het verzoek hadden verzorgd en opgevoed, en dat de minderjarige instemde met de naamswijziging ondanks de bezwaren van haar vader. De rechtbank en de Raad van State oordeelden dat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan en dat de instemming van het kind voldoende was, ook al was de vader het niet eens met de wijziging.
Appellant voerde aan dat de verzorging en opvoeding onvoldoende waren en dat zijn dochter niet ter zitting was verschenen om haar instemming te bevestigen. Dit werd door de Raad van State verworpen, die oordeelde dat de instemming van het kind uit de stukken en de hoorzitting bleek en dat er geen aanwijzingen waren dat deze onder dwang was gegeven.
Verder klaagde appellant over het griffierecht dat hij had betaald, maar dit werd ook afgewezen omdat het beroep niet ongegrond was en de procedure niet zinledig was. De Raad van State bevestigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.