ECLI:NL:RVS:2011:BQ9655
Raad van State
- Hoger beroep
- D. Roemers
- M.M. van der Smissen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking ligplaatsvergunning woonboot
Het dagelijks bestuur heeft op 14 januari 2009 de ligplaatsvergunning voor de woonboot van appellant ingetrokken omdat niet appellant, maar een derde de eigenaar van de woonboot is. Appellant, als huurder, kon daardoor niet beschikken over de vergunning. Het bezwaar van appellant werd op 22 juli 2009 ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat hij geen belang meer had, nu de huurovereenkomst was beëindigd en appellant de woonboot had ontruimd. Appellant stelde dat hij door het intrekken van de vergunning schade had geleden omdat hij een recht van koop had en de koop daardoor niet kon plaatsvinden.
De Raad van State oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij schade heeft geleden als gevolg van het intrekken van de vergunning. De rechtbank heeft terecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de ligplaatsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.