ECLI:NL:RVS:2011:BQ9693
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- B. van Wagtendonk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlening Nederlanderschap wegens onvoldoende ontheffing naturalisatietoets
De minister van Justitie heeft op 17 april 2009 de verzoeken van appellanten om het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten, die door de minister op 16 september 2009 ongegrond werden verklaard. De rechtbank Almelo verklaarde bij uitspraak van 27 oktober 2010 de beroepen van appellanten ongegrond. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
Appellanten stelden dat zij op medische gronden ontheffing van de naturalisatietoets toekomt, omdat zij door psychische en lichamelijke belemmeringen niet in staat zijn de toets binnen vijf jaar te behalen. Zij overlegden medische adviezen waarin werd geconcludeerd dat zij analfabeet zijn en niet leerbaar, en dat medische problemen hun belastbaarheid verminderen. De Raad van State oordeelde dat de medische adviezen tegenstrijdig waren: onder 'Probleemanalyse' werd gesteld dat medische problemen geen reden voor ontheffing zijn, terwijl de conclusie anders luidde.
De Raad van State bevestigde dat het aan appellanten is om voldoende bewijs te leveren voor ontheffing. De minister had appellanten reeds gewezen op de gebreken in de adviezen en gelegenheid gegeven aanvullende stukken te overleggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot Nederlanderschap bevestigd.