ECLI:NL:RVS:2011:BR0524
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 23 juni 2008 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete van €152.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] gedeeltelijk gegrond, maar handhaafde de boete voor twaalf vreemdelingen. Zowel [appellante] als de minister gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad voor de Rechtspraak behandelde het hoger beroep waarbij onder meer de vraag speelde of de vreemdelingen arbeid hadden verricht en of bepaalde uitzonderingen op het verbod van artikel 2 Wav Pro van toepassing waren. De Afdeling oordeelde dat de verklaring van de wettelijke vertegenwoordiger van [appellante] voldoende bewijs leverde dat de vreemdelingen arbeid hadden verricht, ook al was dit niet door inspecteurs zelf waargenomen.
Verder werd geoordeeld dat het inventariseren van de werkvoorraad niet valt onder de uitzondering voor het voeren van zakelijke besprekingen zoals bedoeld in het Besluit uitvoering Wav. Ook matiging van de boete werd afgewezen omdat de overtreding ernstig en verwijtbaar was, ondanks het ontbreken van financieel voordeel en goede arbeidsomstandigheden.
Ten slotte verwierp de Afdeling het beroep van de minister dat bepaalde vreemdelingen niet onder de vrijstelling vielen, omdat de betrokken bedrijven tot dezelfde onderneming behoorden. De hogere beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boeteoplegging van €152.000 wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.