ECLI:NL:RVS:2011:BR0525
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij tewerkstellingsvergunning
Appellante heeft bij de raad een aanvraag ingediend voor een tewerkstellingsvergunning ten behoeve van arbeid als administratief medewerker bij een bedrijf. De aanvraag werd op 12 mei 2009 afgewezen en het bezwaar daarop werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken het bezwaar deels gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar uiteindelijk het beroep van appellante ongegrond verklaard.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de zitting gaf de raad aan dat appellante geen belang meer heeft bij het hoger beroep omdat het bedrijf sinds 16 februari 2010 niet meer bestaat. Appellante kon niet aantonen dat het bedrijf nog actief was. Uit het handelsregister bleek dat het bedrijf was ontbonden en opgeheven.
De Raad van State oordeelde dat appellante met het hoger beroep geen inhoudelijke heroverweging van het besluit kan bereiken en dat er geen ander belang is. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang omdat het bedrijf niet meer bestaat.