AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Huiskenshof en Retersbekerweg
De raad van de gemeente Voerendaal stelde op 25 februari 2010 het bestemmingsplan 'Ruimte voor Ruimte Huiskenshof en Retersbekerweg' vast, waarin onder meer woningbouw en recreatief gebruik van bestaande gebouwen werden toegestaan. Verzoeker, exploitant van een geitenhouderij op een nabijgelegen perceel, stelde dat het plan in strijd is met de provinciale Ruimte voor Ruimte-regeling en dat het financieel niet uitvoerbaar is vanwege onzekerheid over planschadekosten.
Verzoeker vorderde een voorlopige voorziening om te voorkomen dat het bestemmingsplan als toetsingskader zou dienen voor een omgevingsvergunning voor de bouw van woningen en recreatiewoning. De voorzitter behandelde het verzoek ter zitting op 8 juni 2011, waarbij ook belanghebbende en de raad verschenen.
De voorzitter oordeelde dat de inpandige woningen in de monumentale hoeve losstaan van de Ruimte voor Ruimte-regeling en noodzakelijk zijn voor behoud van het monument. Er is geen aannemelijk belang van verzoeker geschaad, het bouwvlak van verzoeker wordt niet aangepast en er is geen belemmering van zijn bedrijfsvoering. Ook de financiële uitvoerbaarheid werd voldoende onderbouwd door de planschadeovereenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer.
Gelet op deze overwegingen wees de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan wordt afgewezen.
Uitspraak
201004306/3/R3.
Datum uitspraak: 27 juni 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker], wonend te Klimmen, gemeente Nuth,
en
de raad van de gemeente Voerendaal,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 25 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Ruimte voor Ruimte Huiskenshof en Retersbekerweg" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 mei 2010, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 mei 2011, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 juni 2011, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. R.P.H. Sangers, advocaat te Maastricht, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.J.J. Mevis, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], bijgestaan door J.P.J. Janssen verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet, voor zover thans van belang, op het perceel Putweg 45 in twee inpandige woningen in de monumentale hoeve Huiskenshof en maakt recreatief gebruik van een voormalige bedrijfswoning mogelijk. Voorts voorziet het plan in de bouw van drie woningen op het perceel Retersbekerweg 16. Ten slotte voorziet het plan op het perceel Retersbekerweg ongenummerd in de bouw van twee woningen. Het plan is deels gebaseerd op de provinciale Ruimte voor Ruimte-regeling.
2.3. [verzoeker], die op het perceel [locatie] een geitenhouderij exploiteert, stelt dat de raad het plan ten onrechte heeft vastgesteld en beoogt met zijn verzoek te voorkomen dat dit plan het toetsingskader zal zijn bij het nog te nemen besluit op het door hem gemaakte bezwaar tegen de omgevingsvergunning voor bouwen van 23 maart 2011 voor de inpandige woningen en de recreatiewoning. Hij stelt dat het plan in strijd is met de provinciale Ruimte voor Ruimte-regeling, nu het plan voorziet in meer bebouwing dan er aan agrarische bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt. Voorts is volgens hem onvoldoende inzichtelijk of het plan financiëel uitvoerbaar is, nu niet duidelijk is of [belanghebbende], de initiatiefnemer, de planschadekosten kan dragen. Ten slotte ontbreekt volgens hem de noodzaak voor de aanpassing van zijn bouwvlak.
2.4. Ter zitting heeft de raad gesteld dat de Ruimte voor Ruimte-regeling niet is toegepast voor de twee inpandige woningen in de monumentale hoeve. Deze ontwikkeling staat los van de toepassing van de Ruimte voor Ruimte-regeling en is noodzakelijk voor een rendabele exploitatie en het behoud van deze monumentale hoeve, aldus de raad. Dit komt de voorzitter niet onjuist of onredelijk voor. Voorts is niet aannemelijk gemaakt dat [verzoeker] door de bouw van de twee inpandige woningen in zijn belangen wordt geschaad. Ten aanzien van de vrees van [verzoeker] dat ten behoeve van dit plan zijn bouwvlak zal worden aangepast en hij in zijn bedrijfsvoering en uitbreidingsruimte zal worden beperkt overweegt de voorzitter dat dit bouwvlak niet is gewijzigd en ook niet gewijzigd zal worden in het kader van het plan. In de plantoelichting staat weliswaar dat dit bouwvlak verplaatst zal worden, maar dit is niet in een ruimtelijk besluit vertaald. In dit verband is ter zitting door de raad verklaard dat het bouwvlak van [verzoeker] niet aangepast zal worden. Voorts is ter zitting vast komen te staan dat, binnen de aan te houden afstand tot de veehouderij van [verzoeker], die is gemeten vanaf de perceelsgrens in plaats van het bouwvlak, geen geurgevoelige bebouwing is voorzien en hij door het plan niet wordt belemmerd in zijn bedrijfsvoering en uitbreidingsruimte.
Ten aanzien van de herbestemming van de voormalige bedrijfswoning tot recreatiewoning overweegt de voorzitter dat dit een bestaande woning betreft en dat in zoverre alleen het gewijzigde gebruik hiervan als recreatiewoning aan de orde kan komen. Ter zitting is gebleken dat [verzoeker] door dit gebruik niet wordt belemmerd in zijn bedrijfsvoering, hetgeen hij heeft bevestigd.
Met betrekking tot de in het plan voorziene bijgebouwen op het perceel Putweg 45 overweegt de voorzitter dat [belanghebbende] ter zitting heeft aangegeven te zullen wachten met het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de oprichting daarvan tot na de uitspraak in de hoofdzaak.
In het betoog dat het plan financieel niet uitvoerbaar is omdat niet duidelijk is of [belanghebbende] de eventuele planschadekosten kan dragen, ziet de voorzitter evenmin aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Daartoe wordt overwogen dat de gemeente met [belanghebbende] een planschadeovereenkomst heeft gesloten. Niet aannemelijk is gemaakt dat de bij deze overeenkomst betrokken partijen niet in staat zullen zijn de mogelijke tegemoetkoming in de planschade te vergoeden.
Ook in hetgeen [verzoeker] met betrekking tot de percelen aan de Retersbekerweg 16 en ongenummerd heeft aangevoerd, ziet de voorzitter, nog daargelaten de vraag of [verzoeker], gelet op de afstand van meer dan 900 m, bij deze plandelen als belanghebbende aangemerkt kan worden, geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.5. Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek van [verzoeker] af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R. Kegge, ambtenaar van staat.