ECLI:NL:RVS:2011:BR1239
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling geen verblijfsvergunning op grond van traumatabeleid toekomt
De vreemdeling vroeg een verblijfsvergunning asiel op grond van het traumatabeleid vanwege traumatische gebeurtenissen in Afghanistan en mishandeling in Iran. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vreemdeling na de traumatische ervaring in Afghanistan langer dan zes jaar in Iran verbleef en het vertrek uit Iran niet met die traumatische gebeurtenis samenhing.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, maar de minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de rechtbank een onjuiste uitleg van het beleid had gegeven door het verblijf in Iran mee te wegen terwijl Afghanistan het land van herkomst is.
De Raad bevestigde dat bij een verblijf langer dan zes maanden in een derde land, zoals Iran, de vreemdeling aannemelijk moet maken dat hij zich daar niet kon handhaven en dat het vertrek uit dat land verband houdt met de traumatische gebeurtenis in het land van herkomst. Dit was niet aannemelijk gemaakt.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.