ECLI:NL:RVS:2011:BR1246
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens dreiging vrouwenbesnijdenis Nigeria
De minister van Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af wegens onvoldoende bewijs dat haar dochter in Nigeria zou worden blootgesteld aan vrouwenbesnijdenis. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf de vreemdeling gelijk. De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State.
Het ambtsbericht over Nigeria vermeldde dat het percentage vrouwen dat besneden wordt afneemt en dat een meerderheid van de vrouwen niet besneden is, ook in de regio Lagos waar de vreemdeling vandaan komt. De minister stelde dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar dochter niet kan beschermen, bijvoorbeeld door elders een nieuw bestaan op te bouwen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet heeft meegewogen dat de vreemdeling haar dochter mogelijk kan onttrekken aan besnijdenis. De enkele traditie van vrouwenbesnijdenis in de familie is onvoldoende om aan te nemen dat bescherming onmogelijk is. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
De Raad van State wees verder op het ontbreken van een proceskostenveroordeling en bevestigde dat de minister het besluit zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd. Hiermee is het hoger beroep van de minister succesvol en blijft het oorspronkelijke besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waardoor het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning in stand blijft.