Uitspraak
2010000302/1/H3, dat voor de beoordeling van de vraag of een huurder belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb bepalend is in hoeverre de splitsingsvergunning van invloed is op zijn woonsituatie. Een splitsingsvergunning voorziet slechts in publiekrechtelijke toestemming om de eigendom van het pand om te zetten in appartementsrechten. Voor zover het betoog van [appellante] ertoe strekt dat haar woning ten onrechte als woning in de vrije sector is aangemerkt, had zij dit bezwaar binnen zes maanden na het afsluiten van de huurovereenkomst naar voren kunnen brengen bij de desbetreffende huurcommissie. De splitsingvergunning is niet bepalend voor het antwoord op de vraag of haar appartement als een woning in de vrije sector kan worden aangemerkt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat haar woonsituatie als huurder niet wordt gewijzigd. Daarmee staat vast dat zij geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Aan het betoog dat het dagelijks bestuur de splitsingsvergunning om verschillende redenen had moeten weigeren wordt daarom niet toegekomen.