ECLI:NL:RVS:2011:BR2073
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en bevestiging bewaring
De vreemdeling werd op 24 december 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens verdenking van het plegen van een misdrijf, het gebruik van een vals paspoort, het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, geen vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen voor levensonderhoud en terugreis. De rechtbank had de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend, maar de minister stelde hoger beroep in.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de gronden de bewaring niet konden rechtvaardigen. De omstandigheden, waaronder het gebruik van een vals document en het ontbreken van verblijfplaats en middelen, rechtvaardigen de aanhouding. Het feit dat de vreemdeling geen intentie had om in Nederland te blijven en dat de Dublinverordening haar asielaanvraag in Engeland regelt, doet hieraan niet af.
De vreemdeling stelde dat de bewaring als straf werd opgelegd vanwege het valse paspoort, maar dit werd verworpen. Ook het betoog dat zij detentieongeschikt zou zijn wegens medicijngebruik werd niet gevolgd omdat dit niet schriftelijk was onderbouwd.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt dat de maatregel van vreemdelingenbewaring terecht is opgelegd.