ECLI:NL:RVS:2011:BR2259

Raad van State

Datum uitspraak
13 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201103079/2/H4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • K. Brink
  • M.P.J.M. van Grinsven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10.63 Wet milieubeheerArt. 8 Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996Art. 3:29 Algemene wet bestuursrechtArt. 6:15 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:1 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake ontheffing Wet milieubeheer en natuurverordening

Het college van gedeputeerde staten van Utrecht heeft op 31 januari 2011 een ontheffing verleend op grond van artikel 10.63, derde lid, van de Wet milieubeheer en een ontheffing geweigerd op grond van artikel 8, eerste lid, van de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996. Hiertegen hebben verzoekers beroep ingesteld bij de Raad van State.

Verzoekers hebben tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, dat is behandeld door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak. Tijdens de zitting op 29 juni 2011 zijn diverse partijen gehoord, waaronder verzoekers, het college en enkele natuurverenigingen.

De voorzitter oordeelt dat de rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van het beroep, gelet op de coördinatieregeling van de Awb en de toepasselijke beroepsmogelijkheden. Daarom bestaat er geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te kennen.

Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de zaak wordt doorgezonden naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht. Tevens wordt het door verzoekers betaalde griffierecht van €152,- terugbetaald.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de zaak wordt doorgezonden naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht.

Uitspraak

201103079/2/H4.
Datum uitspraak: 13 juli 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], wonend te Bosch en Duin, gemeente Zeist,
en
het college van gedeputeerde staten van Utrecht,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 31 januari 2011 heeft het college een door [verzoeker] aangevraagde ontheffing op grond van artikel 10.63, derde lid, van de Wet milieubeheer verleend, en een door hem aangevraagde ontheffing op grond van artikel 8, eerste lid, van de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996 geweigerd.
Hiertegen hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 maart 2011, beroep ingesteld.
De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 8 april 2011.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 maart 2011, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft de zaak gevoegd met zaak nr. 201103080/2/H4 ter zitting behandeld op 29 juni 2011, waar [verzoeker], in persoon en bijgestaan door mr. Ch.G.A. van Rijckevorsel, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. drs. K.M. Betten, J.D. Berkhof en mr. H.S. Heite, allen werkzaam bij de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn de vereniging IVN, Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie, afdeling De Bilt en omstreken, vertegenwoordigd door P.B. Greeven, de vereniging Vrienden van de Biltse Duinen, vertegenwoordigd door C.J. van Leeuwen, [partij A], vertegenwoordigd door P.B. Greeven, [partij B], in persoon, en [partij C], in persoon, als partij gehoord.
Na zitting is de zaak gesplitst van zaak nr. 201103080/2/H4.
2. Overwegingen
2.1. Door het college is toepassing gegeven aan de coördinatieregeling van paragraaf 3.5.3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Uit artikel 3:29, eerste lid, van de Awb volgt dat, indien tegen een of meer van de met toepassing van deze paragraaf gecoördineerd voorbereide besluiten beroep open staat bij de rechtbank, tegen alle besluiten beroep open staat bij de rechtbank. Tegen een besluit over ontheffing op grond van artikel 8, eerste lid, van de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996 staat ingevolge artikel 8.1, eerste lid, van de Awb beroep open bij de rechtbank. Gelet hierop is de rechtbank naar het oordeel van de voorzitter bevoegd kennis te nemen van het beroep. De voorzitter gaat er van uit dat de Afdeling zich onbevoegd zal verklaren kennis te nemen van het beroep.
2.2. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. De voorzitter zal het verzoek, met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:81, vierde lid, van de Awb, ter behandeling aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht doorzenden.
2.3. De voorzitter ziet aanleiding te bepalen dat het door [verzoekers] betaalde griffierecht voor de behandeling van de voorlopige voorziening door de secretaris van de Raad van State wordt terugbetaald.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. wijst het verzoek af;
II. gelast dat de secretaris van de Raad van State aan [verzoekers] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, ambtenaar van staat.
w.g. Brink w.g. Van Grinsven
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2011
462-584.