ECLI:NL:RVS:2011:BR2301
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor koerier met verkeersdelicten
De minister weigerde de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) vanwege meerdere justitiële antecedenten, waaronder verkeersdelicten en diefstal. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde dit in hoger beroep.
De beoordeling van de minister vond plaats op basis van beleidsregels die een objectief en subjectief criterium hanteren. Het objectieve criterium richt zich op het risico voor de samenleving bij herhaling van strafbare feiten, terwijl het subjectieve criterium het belang van de aanvrager afweegt. De minister concludeerde dat de verkeersdelicten, waaronder rijden onder invloed, een belemmering vormen voor de functie van koerier.
Appellant voerde aan dat de minister ten onrechte het screeningsprofiel Goederen toepaste en dat het tijdsverloop sinds de laatste veroordeling onvoldoende werd meegewogen. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht het risico voor de samenleving heeft meegewogen en dat het belang van appellant onvoldoende was om afgifte van de VOG te rechtvaardigen.
Het mogelijke verlies van werk werd niet als bijzondere omstandigheid erkend omdat dit inherent is aan de weigering van de VOG. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG vanwege verkeersdelicten en het onvoldoende tijdsverloop sinds de laatste veroordeling.