ECLI:NL:RVS:2011:BR2370
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- M.P.J.M. van Grinsven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen instemming evaluatieverslag bodemsanering
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft op 17 maart 2011 ingestemd met het evaluatieverslag van de bodemsanering op een locatie te Rockanje. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht bij de Raad van State om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat een overeengekomen bedrag aan het Waterschap Hollandse Delta zou worden overgemaakt.
Verzoeker stelde dat de saneringswerkzaamheden nog niet waren afgerond vanwege restverontreiniging, terwijl in de notariële akte van kavelruil en levering was afgesproken dat betaling pas zou plaatsvinden na afronding van de sanering. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het besluit tot instemming met het evaluatieverslag niet automatisch betekent dat de sanering is afgerond en dat restverontreiniging niet uitsluit dat het college op grond van de Wet bodembescherming heeft kunnen instemmen.
Na afweging van de belangen concludeerde de voorzitter dat er geen aanleiding was om de voorlopige voorziening toe te kennen. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot instemming met het evaluatieverslag bodemsanering is afgewezen.