ECLI:NL:RVS:2011:BR3217
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- H.G. Lubberdink
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kinderopvangtoeslag voorschotten 2008-2009
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 30 september 2009 de aan appellant toegekende voorschotten kinderopvangtoeslag voor 2008 en 2009 herzien en vastgesteld op nihil. Appellant maakte bezwaar, dat bij besluit van 24 maart 2010 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond en bepaalde dat hij recht had op een voorschot kinderopvangtoeslag vanaf 1 augustus 2008 tot 1 februari 2009.
Appellant stelde dat hij vanaf 1 januari 2008 recht had op toeslag omdat hij op 7 januari 2008 een voorovereenkomst had gesloten met het gastouderbureau met ingangsdatum 1 januari 2008. De Raad van State oordeelde dat deze voorovereenkomst niet voldeed aan de vereisten van artikel 52 Wko Pro en artikel 11 van Pro de Regeling, omdat essentiële gegevens zoals prijs per uur, aantal uren en duur van de overeenkomst ontbraken.
De Raad van State stelde vast dat het feit dat feitelijk opvang plaatsvond vanaf 1 januari 2008 niet relevant is voor het recht op toeslag. Daarom was er geen recht op een voorschot kinderopvangtoeslag vanaf die datum. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 27 juli 2011 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.