ECLI:NL:RVS:2011:BR3797
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste beoordeling plausibiliteit vermoedens
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie op 2 februari 2009 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onjuist had gehandeld door de plausibiliteit van het vermoeden van de vreemdeling over wat hem bij terugkeer te wachten stond te beoordelen binnen het kader van de geloofwaardigheid van het asielrelaas, terwijl dit had moeten gebeuren binnen de beoordeling of de feiten en omstandigheden als rechtsgrond voor verlening van de verblijfsvergunning kwalificeren. Hierdoor was het beoordelingskader onjuist toegepast.
De rechtbank had dit niet onderkend en had ten onrechte geoordeeld dat het vermoeden van de vreemdeling dat hij bij terugkeer vermoord zou worden, niet realistisch was. De Afdeling stelde dat bij de toetsing door de rechter geen terughoudendheid geldt ten aanzien van het realiteitsgehalte van dergelijke vermoedens.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 2 februari 2009. Desondanks bepaalde zij met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat het asielrelaas onvoldoende zwaarwegend was. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.