ECLI:NL:RVS:2011:BR3848
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatigheid vreemdelingenbewaring en gebruik handboeien bij vervoer
De minister voor Immigratie en Asiel stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die het gebruik van handboeien tijdens het vervoer van een vreemdeling door de Dienst Vervoer en Organisatie (DV&O) onrechtmatig achtte. De Raad van State oordeelde dat de Ambtsinstructie niet van toepassing is op medewerkers van de DV&O en dat het gebruik van handboeien op grond van de Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen rechtmatig was.
De rechtbank had de bewaring onrechtmatig geacht vanwege het gebruik van handboeien, maar de Raad vernietigde deze uitspraak en verklaarde het hoger beroep gegrond. Het beroep van de vreemdeling tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring werd inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard.
De vreemdeling voerde aan dat zicht op uitzetting ontbrak en dat de minister niet voortvarend handelde, maar de Raad stelde vast dat de minister de noodzakelijke stappen had genomen, waaronder het indienen van een laissez passer-aanvraag en het houden van vertrekgesprekken. De gronden voor bewaring, zoals het ontbreken van identiteitspapieren en het gebruik van aliassen, werden als voldoende geacht.
De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en bevestigde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was opgelegd. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen de vreemdelingenbewaring ongegrond.