ECLI:NL:RVS:2011:BR3849
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over uitzetting wegens psychische behandeling in Soedan
De minister stelde dat bij uitzetting van de vreemdeling naar Soedan voldaan kan worden aan de vereisten van het Bureau Medische Advisering (BMA), waaronder fysieke overdracht aan een psychiater ter plaatse. De rechtbank had dit onvoldoende onderzocht en oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister aan zijn vergewisplicht heeft voldaan door concreet contact met psychiatrische instellingen in Soedan toe te zeggen en dat de fysieke overdracht niet vooraf volledig geregeld hoeft te zijn. Hierdoor is het hoger beroep van de minister gegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Verder oordeelt de Afdeling dat de psychische aandoening van de vreemdeling niet in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium is, zodat uitzetting niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Ook de bezwaren over de toepassing van ECT, de bekostiging van behandeling, wachtlijsten, sociaal vangnet en mogelijke gedwongen opname in Soedan slagen niet.
De Afdeling wijst het beroep van de vreemdeling af en verklaart het hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.