ECLI:NL:RVS:2011:BR3852
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet betalen griffierecht in vreemdelingenzaak
In deze zaak heeft een vreemdeling hoger beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd werd afgewezen. De vreemdeling werd bij brief van 30 juli 2010 gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en kreeg een termijn tot 13 augustus 2010 om dit te voldoen.
De vreemdeling heeft het griffierecht niet binnen deze termijn voldaan, waardoor het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vervolgens beoordeeld of het beroep van rechtswege tegen het besluit van 4 april 2011 ontvankelijk is, zoals geregeld in artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling overweegt dat niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep niet automatisch betekent dat het beroep van rechtswege niet-ontvankelijk is, maar dat ontvankelijkheid daarvan afzonderlijk moet worden beoordeeld. In dit geval is ook het beroep van rechtswege kennelijk niet-ontvankelijk omdat het niet betalen van griffierecht uitsluitend samenhangt met het inroepen van rechtsbescherming.
De Afdeling verklaart het hoger beroep en het beroep van rechtswege niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep van rechtswege zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van griffierecht.