ECLI:NL:RVS:2011:BR4001
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bestemmingsplan bij gebruik perceel als paardenbak
Het college van burgemeester en wethouders van Noordenveld legde appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van zijn perceel als paardenbak ongedaan te maken. Appellant gebruikte het perceel deels voor het weiden van paarden en deels voor het laten springen van paarden over hindernissen, waarbij voorzieningen als een omheining en zandlaag waren aangebracht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het gebruik van het perceel als paardenbak niet voldoet aan de definitie van een grondgebonden agrarisch bedrijf zoals voorgeschreven in het bestemmingsplan "Woonwijken Norg". Appellant stelde dat het laten springen van paarden niet in strijd is met het bestemmingsplan en dat de voorzieningen niet als paardenbak kunnen worden aangemerkt.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het gebruik van het perceel in strijd is met het bestemmingsplan en dat het college bevoegd was handhavend op te treden. Er was geen concreet zicht op legalisatie en geen bijzondere omstandigheden die handhaving onevenredig maakten. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen kennelijk onredelijk gebruik van het procesrecht werd vastgesteld.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en handhaving bestemmingsplan bevestigd.