ECLI:NL:RVS:2011:BR4433
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid hoger beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning mvv-vereiste
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met vrijstelling van het mvv-vereiste, maar dit werd afgewezen door de staatssecretaris van Justitie. De vreemdeling voerde onder meer een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, verwijzend naar andere gevallen waarin het mvv-vereiste niet werd toegepast.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister stelde hoger beroep in. De Raad van State oordeelde dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel onvoldoende was onderbouwd en dat de vreemdeling te laat en onvoldoende concreet nieuwe vergelijkbare gevallen aanvoerde.
Ook de stelling dat het kind van de vreemdeling onder toezicht is gesteld werd ter zitting zonder onderbouwing ingebracht en mocht niet worden meegewogen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, het hoger beroep van de minister gegrond en vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het beroep op vrijstelling van het mvv-vereiste wordt verworpen.