ECLI:NL:RVS:2011:BR4438
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak vreemdelingenbewaring en redelijk vooruitzicht op verwijdering naar China
De vreemdeling werd op 9 mei 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de minister intensieve contacten onderhoudt met de Chinese autoriteiten om de afgifte van laissez passer te bevorderen. Recentelijk vonden gesprekken plaats op 22 maart en 4 mei 2011, waaruit blijkt dat de Chinese autoriteiten bereid zijn mee te werken. Tevens zijn sinds 1 januari 2011 circa 30 vreemdelingen naar China uitgezet, waaronder vreemdelingen die alsnog documenten overlegden.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat. Vertragingen door onvoldoende medewerking van de vreemdeling zijn voor diens rekening. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring gehandhaafd.