ECLI:NL:RVS:2011:BR4645
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring klacht passagiersrechten bij instapweigering Martinair
Appellant diende een klacht in bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) over het niet eerbiedigen van passagiersrechten door Martinair op vlucht MP664 van Paramaribo naar Amsterdam op 9 augustus 2008, omdat zij en haar kinderen het instappen werd geweigerd. De IVW verklaarde de klacht ongegrond wegens gebrek aan bewijs dat de passagiersrechten waren geschonden. De minister bevestigde dit in het besluit op bezwaar, stellende dat niet kon worden vastgesteld dat appellant zich tijdig bij de incheckbalie had gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat zij ruim voor de sluitingstijd aanwezig was en dat sprake was van overboeking, wat een instapweigering zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste dit en concludeerde dat de verklaring van appellant niet strookt met de passagierslijst en de verklaring van de station manager van Martinair. Uit de stukken bleek dat meerdere passagiers zich ook na de door appellant genoemde tijden meldden.
De Afdeling oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat zij zich tijdig had gemeld, waardoor de Verordening (EG) nr. 261/2004 niet van toepassing was en geen recht op compensatie of bijstand bestond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant zich niet tijdig bij de incheckbalie heeft gemeld en geen recht op compensatie heeft.