ECLI:NL:RVS:2011:BR5426
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling detentiegeschiktheid vreemdeling met psychische stoornis in hoger beroep bestuursrecht
De vreemdeling werd op 16 februari 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij klaagde dat hij vanwege een chronische posttraumatische stressstoornis niet detentiegeschikt was. Pas na de behandeling van het beroep bij de rechtbank verzocht hij de minister een onderzoek in te stellen. De medisch adviseur achtte hem op 21 maart 2011 detentie-ongeschikt, waarna de minister de bewaring op 22 maart 2011 ophefte.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De Raad van State bevestigde dit oordeel, omdat de vreemdeling naliet zijn psychische problemen vooraf te melden, waardoor de minister deze niet kon meenemen in de belangenafweging bij het opleggen van de bewaring.
De Raad van State oordeelde dat de minister pas na het onderzoek de vreemdeling als detentie-ongeschikt hoefde te beschouwen en dat er geen aanleiding was om de vreemdeling eerder als niet detentiegeschikt te beoordelen. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; de bewaring was terecht en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.