Uitspraak
201010012/1/H1) geldt voor de berekening van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6 van Pro het EVRM als uitgangspunt een forfaitair tarief van € 500,00 per half jaar dat de termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond. Niet in geschil is dat de redelijke termijn in dit geval met drie jaar en vier maanden is overschreden. Derhalve bedroeg de aan elk van de eisers in beroep toe te kennen schadevergoeding in beginsel € 3.500,00. Zoals uit de uitspraak van de Afdeling van 9 februari 2011 in zaak nr.
200908260/1/M2en voormelde uitspraak van 25 mei 2011 kan worden afgeleid, mocht de rechtbank in de omstandigheid dat eisers gezamenlijk bezwaar hebben gemaakt en beroep hebben ingesteld, aanleiding zien om dit bedrag aldus te matigen, dat een totaalbedrag van € 3.500,00 in gelijke delen over hen wordt verdeeld. Een dergelijke matiging is redelijk vanwege de matigende invloed die het gezamenlijk maken van bezwaar en instellen van beroep heeft gehad op de mate van stress, ongemak en onzekerheid die eisers als gevolg van de te lang durende procedure hebben ondervonden. Door gezamenlijk te procederen, hebben zij de voor- en nadelen van deze procedure kunnen delen. Gelet hierop, bestaat geen grond voor het oordeel dat de rechtbank een te lage schadevergoeding heeft toegekend. Het betoog faalt.