ECLI:NL:RVS:2011:BR5665
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Troostwijk
- M.M. van der Smissen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over ontvankelijkheid bezwaar Gasunie tegen vergunning aardgastransportleiding
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 2 juli 2010 een vergunning aan Gasunie voor het leggen en exploiteren van een aardgastransportleiding. Gasunie maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar op 29 september 2010 kennelijk niet-ontvankelijk wegens twijfel over de bevoegdheid van de gemachtigde om namens Gasunie bezwaar te maken.
De rechtbank Rotterdam oordeelde op 9 juni 2011 dat het college ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard en het horen van Gasunie had achterwege gelaten. Het college stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State overwoog dat uit het handelsregister en de volmachtstukken blijkt dat de gemachtigde bevoegd was om namens Gasunie bezwaar te maken. Het college had ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep van het college af.