Uitspraak
200803862/1 en 200803862/2betrokken en artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in plaats van het tweede lid toegepast.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Vught verleende op 1 mei 2007 een bouwvergunning aan de stichting Charlotte Elisabeth van Beuningen voor het oprichten van 34 woningen met stallingsgarage op een perceel te Vught. Later, op 30 juni 2009, herroept het college deze vergunning en wijst het verzoek om vrijstelling en bouwvergunning af, naar aanleiding van bezwaren van omwonenden.
De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van de stichting tegen deze herroeping ongegrond. De stichting stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de zaak op 29 juni 2011 behandeld, waarbij partijen hun standpunten toelichtten.
De Afdeling oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de ruimtelijke onderbouwing van het bouwplan ontoereikend zou zijn, terwijl het college aanvankelijk deze onderbouwing wel toereikend achtte. Ook heeft het college niet toegelicht waarom het bouwplan thans niet meer wenselijk zou zijn, ondanks dat het bekend was met de gebreken bij het oorspronkelijke besluit.
Daarom vernietigt de Afdeling het besluit van 30 juni 2009, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak van de rechtbank wordt eveneens vernietigd.
Uitkomst: Het besluit tot herroeping van de bouwvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het beroep wordt gegrond verklaard.