ECLI:NL:RVS:2011:BR5714
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.N. Roes
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tracébesluit verruiming vaargeul Eemshaven-Noordzee wegens onvoldoende motivering veiligheid
Bij besluit van 23 november 2009 stelde de minister het tracébesluit vast voor de verruiming van de vaargeul Eemshaven-Noordzee. Diverse appellanten, waaronder Nederlandse en Duitse personen en rechtspersonen, stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State behandelde de beroepen en onderzocht onder meer de ontvankelijkheid, bevoegdheid van de minister, milieueffectrapportage, belangenafweging, luchtkwaliteit, natuur- en milieubescherming, water- en bodemkwaliteit, veiligheid en verkeersmanagement.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het tracébesluit aan de meeste juridische en inhoudelijke eisen voldeed. De milieueffectrapportage was adequaat, de belangenafweging was niet onredelijk en de minister was bevoegd het besluit te nemen. Wel werd geoordeeld dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was met betrekking tot de veiligheid, in het bijzonder de aanpassing van de noodankerplaats Doekegat Reede voor bulkschepen. De minister had onvoldoende toegelicht waarom deze aanpassing niet nodig was, terwijl dit in het ontwerpbesluit wel was voorzien.
Gezien het belang van veiligheid bij de uitvoerbaarheid van het tracébesluit, verklaarde de Raad van State de beroepen gegrond en vernietigde het besluit in zijn geheel. Tevens werden proceskosten toegekend aan diverse appellanten. De zaak werd daarmee terugverwezen voor heroverweging, waarbij rekening kan worden gehouden met gewijzigde omstandigheden sinds het oorspronkelijke besluit.
Uitkomst: Het tracébesluit voor de verruiming van de vaargeul Eemshaven-Noordzee is vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de veiligheid.