Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2011:BR5717

Raad van State

Datum uitspraak
18 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201106704/2/H1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning voor verzorgingshuis in Rijssen

Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning en ontheffing verleend aan ZorgID B.V. voor de bouw van een verzorgingshuis met nevenaccommodaties te Rijssen is behandeld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De bouw is inmiddels in een vergevorderd stadium, waarbij de ruwbouw van vrijwel alle gebouwen zo goed als gereed is. Verzoekers hadden gevraagd om schorsing van de bouwvergunning in afwachting van de uitspraak in het bodemgeschil.

De voorzitter overweegt dat onder deze omstandigheden geen spoedeisend belang bestaat dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Er is daarom geen reden om de bouwvergunning te schorsen. Tevens is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak bevestigt de terughoudendheid bij het verlenen van voorlopige voorzieningen wanneer de bouw al vergevorderd is en het belang van verzoekers niet spoedeisend is.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

201106704/2/H1.
Datum uitspraak: 18 augustus 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] (hierna in enkelvoud: [verzoeker]), beiden wonend te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten,
verzoekers,
tegen de uitspraak van voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo (hierna: de voorzieningenrechter) van 12 mei 2011 in zaak nrs. 11/354 en 11/355 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
het college van burgemeester en wethouders Rijssen-Holten
(hierna: het college ).
Procesverloop
Openbare zitting gehouden op 18 augustus 2011 om 11.45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. R.W.L. Loeb voorzitter (vz.)
ambtenaar van staat: mr. V. van Dorst
Verschenen:
[verzoeker], bijgestaan door mr. K.A. Luehof;
Het college, vertegenwoordigd door C. van Bart, werkzaam bij de gemeente.
ZorgID B.V. (vergunninghouder), vertegenwoordigd door mr. L.J. Wildeboer, advocaat te Utrecht.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 12 mei 2011, verzonden op 12 mei 2011, van de voorzieningenrechter. [verzoeker] heeft verzocht de bouwvergunning bij wijze van voorlopige voorziening schorsen, totdat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan in het bodemgeschil.
De voorzitter
wijst het verzoek af.
Daartoe overweegt hij het volgende.
Het bouwplan betreft een verzorgingshuis met nevenaccommodaties op het perceel [locatie] te Rijssen, voor het oprichten waarvan het college bij besluit van 21 oktober 2010 aan ZorgID B.V. ontheffing en bouwvergunning heeft verleend.
Ter zitting is gebleken dat de bouw in een vergevorderd stadium verkeert en de ruwbouw van de gebouwen, op een enkele na, zo goed als gereed is. Onder die omstandigheden is er geen spoedeisend belang dat rechtvaardigt dat, in afwachting van de behandeling van het bodemgeschil, een voorziening wordt getroffen, als verzocht.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
w.g. Loeb w.g. Van Dorst
voorzitter ambtenaar van staat
357.