ECLI:NL:RVS:2011:BR5907
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.W.M. Bijloos
- J.H. van der Winden
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling wegens twijfel over fictief claimakkoord
De vreemdeling heeft bezwaar gemaakt tegen zijn uitzetting na afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde en tevens een verzoek tot voorlopige voorziening indiende.
De kern van het geschil betreft de vraag of sprake is van een zogenaamd fictief claimakkoord tussen Nederland en Italië, waarbij de Italiaanse autoriteiten volgens de minister voldoende hebben gereageerd op het terugnameverzoek. De vreemdeling betoogt dat Italië niet heeft ingestemd met het verzoek en dat het Italiaanse verzoek om verificatie van zijn identiteit niet adequaat is beantwoord.
De voorzitter oordeelt dat de minister zijn standpunt onvoldoende heeft gemotiveerd en dat uit de correspondentie blijkt dat onduidelijkheid bestaat over de identiteit van de vreemdeling. De brief van 22 februari 2010 bevatte slechts een ontvangstbevestiging en latere brieven waren niet ondertekend of onduidelijk verzonden. Daarom staat niet vast dat sprake is van een fictief claimakkoord.
Gezien het spoedeisend belang wordt de voorlopige voorziening getroffen dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €655,50.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.