ECLI:NL:RVS:2011:BR5910
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inbewaringstelling vreemdeling met redelijk vooruitzicht op verwijdering naar China
De vreemdeling werd op 15 mei 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting naar China. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de minister niet aan haar beroep op het ontbreken van een redelijk vooruitzicht op verwijdering voorbij mocht gaan vanwege onzekerheid over haar nationaliteit.
De Raad van State overwoog dat bewaring krachtens artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 gericht moet zijn op uitzetting, en dat inbewaringstelling in strijd is met dit artikel indien zicht op uitzetting ontbreekt. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de vraag naar het redelijk vooruitzicht op verwijdering niet relevant was vanwege de niet vaststaande nationaliteit. De Afdeling bevestigde echter dat er wel degelijk een redelijk vooruitzicht op verwijdering naar China bestaat, zoals eerder vastgesteld in een uitspraak van 29 juli 2011.
Daarom werd de aangevallen uitspraak met verbeterde motivering bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht concrete uitzettingshandelingen naar China had verricht en dat geen onderzoek naar andere uitzettingsmogelijkheden was gebleken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de inbewaringstelling omdat er een redelijk vooruitzicht op verwijdering naar China bestaat en wijst het verzoek om schadevergoeding af.