ECLI:NL:RVS:2011:BR6905
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- T.E. Larsson-van Reijsen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorschot huurtoeslag en vergoeding proceskosten na bezwaar
De zaak betreft het geschil over het voorschot huurtoeslag van appellant voor de periode van maart tot december 2010. De Belastingdienst stelde aanvankelijk het voorschot op nihil vast, waarna bezwaar werd gemaakt. Dit bezwaar werd deels gegrond verklaard, waardoor appellant vanaf september 2010 recht kreeg op huurtoeslag.
Appellant stelde dat vanwege zijn precaire financiële situatie ook voor de periode vóór september 2010 huurtoeslag toegekend moest worden en dat het primaire besluit onzorgvuldig was genomen. De rechtbank wees deze gronden af. Verder werd het verzoek om vergoeding van proceskosten in verband met het bezwaar afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de wet geen ruimte biedt voor huurtoeslag vóór de leeftijd van 23 jaar bij de gegeven huurprijs en omstandigheden. Wel werd geoordeeld dat de Belastingdienst het primaire besluit onrechtmatig had genomen door niet tijdig rekening te houden met de leeftijd van appellant. Hierdoor was de afwijzing van proceskostenvergoeding onterecht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Belastingdienst voor zover het proceskosten betreft, en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van de gemaakte proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.