ECLI:NL:RVS:2011:BS8858
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Ongerechtvaardigde overschrijding ziekenfondsreserve en verplichting tot betaling aan Algemene Kas
Het College voor Zorgverzekeringen (Cvz) stelde vast dat de ziekenfondsreserve 2005 van DSW het wettelijk maximum met €2.528.403,00 had overschreden en verplichtte DSW dit bedrag binnen vier weken aan de Algemene Kas te betalen. DSW maakte bezwaar en stelde dat deze verplichting niet voortvloeit uit de overgangsregels na intrekking van de Ziekenfondswet en dat de afroming in strijd is met het eigendomsrecht en het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad van State oordeelde dat de regeling van de afwikkeling van de Ziekenfondswet niet beperkt is tot aanspraken van verzekerden, maar ook de verhoudingen tussen ziekenfondsen en het Cvz omvat. De ziekenfondsreserve 2005 behoort tot de door DSW beheerde gelden en de afroming is voorzien bij wet en gerechtvaardigd in het algemeen belang om de middelen voor gezondheidszorg efficiënt te besteden.
Het beroep van DSW faalt ook omdat de verplichting tot betaling rechtstreeks volgt uit de wettelijke bepalingen en geen beleidsruimte laat voor het Cvz om overschrijdingen buiten beschouwing te laten. Er is geen sprake van disproportionele ontneming of schending van het rechtszekerheidsbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van DSW tegen het besluit tot betaling van de overschrijding van de ziekenfondsreserve is ongegrond verklaard.