Uitspraak
200900535/1/H1, waarbij is beslist over het door [appellant] ingestelde beroep ter zake van deze bouwvergunning, voor zover hier van belang, het volgende overwogen:
Raad van State
De zaak betreft een hoger beroep van een appellant tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort over bouwvergunningen en handhaving van hemelwaterafvoer. Het college had stukken van appellant buiten behandeling gesteld en een verzoek om handhaving afgewezen. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en zich onbevoegd verklaard voor een ander beroep.
Appellant wilde een fundering verdiepen die afweek van de verleende bouwvergunning. Het college stelde dat dit een wijziging van de draagconstructie betrof en daarom niet bouwvergunningvrij was. De Raad van State bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de wijziging niet onder de uitzondering voor ondergeschikte wijzigingen viel. Ook werd geoordeeld dat het college terecht geen handhavend heeft opgetreden tegen de afwatering van hemelwater, omdat dit geen overtreding van wettelijke voorschriften betrof.
Verder faalden de bezwaren van appellant dat de fundering van de buurperceel niet aan het Bouwbesluit zou voldoen, omdat de bouwvergunning daarvoor in rechte onaantastbaar was. Ten slotte oordeelde de Raad van State dat het verzoek van appellant om nadere duiding van een aanschrijving geen besluit in de zin van de Awb was waartegen beroep openstaat. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.