Uitspraak
200402156/1, geen woonvergunning is vereist.
Raad van State
Het geschil betreft het verzoek van appellant om het bedrijfsgebouw aan te merken als tweede bedrijfswoning en toestemming voor amovering en verplaatsing van een voormalige recreatiewoning. Het college van burgemeester en wethouders van Eersel weigerde een woonvergunning op grond van artikel 60 van Pro de Woningwet, waarna appellant bezwaar maakte en in beroep ging tegen diverse besluiten.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt het besluit van 30 juli 2009 voor zover daarin het besluit van 19 februari 2009 wordt gehandhaafd en herroept het besluit van 19 februari 2009. De Afdeling oordeelt dat het college niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist, waardoor de woonvergunning van rechtswege is verleend.
De Afdeling bevestigt de overige uitspraken van de rechtbank en verklaart de overige hoger beroepen ongegrond. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed. De Afdeling benadrukt dat de brieven van het college geen besluiten zijn in de zin van de Awb en dat het bezwaar tegen deze brieven terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Het besluit van het college om de woonvergunning te weigeren wordt vernietigd en herroepen, overige uitspraken worden bevestigd.