ECLI:NL:RVS:2011:BT2612
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt dat in Rusland in het algemeen bescherming wordt geboden tegen corruptie en machtsmisbruik
De Raad van State heeft op 21 september 2011 uitspraak gedaan in het hoger beroep van de minister tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter die de afwijzing van asielaanvragen van twee vreemdelingen en hun minderjarige kinderen vernietigde.
De minister had op basis van rapporten van de Immigration and Refugee Board of Canada en het U.S. Department of State geoordeeld dat in de Russische Federatie in het algemeen bescherming wordt geboden tegen corruptie en machtsmisbruik, ondanks de aanwezigheid van corruptie en een onvoldoende onafhankelijk justitieel apparaat. De voorzieningenrechter had dit oordeel betwist, maar de Raad van State stelde dat het aan de vreemdelingen is om aannemelijk te maken dat zij geen bescherming konden krijgen.
De vreemdelingen stelden dat het vragen van bescherming voor hen zinloos was vanwege hun Armeense etniciteit en eerdere mishandelingen, maar zij hadden geen bescherming gevraagd bij de autoriteiten. De Raad van State oordeelde dat discriminatie en politieoptreden onvoldoende grond vormen om te concluderen dat bescherming onbereikbaar is.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Hierdoor blijven de besluiten van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunningen in stand.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de besluiten tot afwijzing van hun verblijfsvergunningen blijven in stand.