ECLI:NL:RVS:2011:BT2624
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering en onverschoonbare termijnoverschrijding
De vreemdeling kreeg op 23 januari 2009 een besluit tot intrekking van haar verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk vanwege een te late indiening van het beroepschrift. De vreemdeling stelde echter dat de termijnoverschrijding niet aan haar te wijten was, omdat onduidelijkheid bestond over het juiste adres waar zij verbleef.
De Raad van State oordeelde dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld of de vader van de vreemdeling of ambtenaren verantwoordelijk waren voor de foutieve adresopgave. Het vermeende adres bleek fonetisch te lijken op het werkelijke adres waar de vreemdeling sinds november 2005 verbleef. Hierdoor was het oordeel van de rechtbank dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was onterecht.
Daarnaast bleek dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de minderjarige status van de vreemdeling en de omstandigheden van haar vertrek naar België. Het besluit ontbeerde een deugdelijke motivering en werd daarom vernietigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onterecht oordeel over de termijnoverschrijding.