ECLI:NL:RVS:2011:BT2832
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- V. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving bouwvergunning en weigering afzien van dwangsom
Het college van burgemeester en wethouders van Wieringen legde aan appellant een last onder dwangsom op om de woning en bijgebouwen op zijn perceel in Hippolytushoef aan te passen aan de verleende bouwvergunning. De garage was onder meer groter, hoger en anders gesitueerd dan toegestaan, en deels gebouwd op grond bestemd als tuin, waar geen gebouwen mogen staan.
Appellant maakte bezwaar tegen het handhavingsbesluit en voerde aan dat de overtreding gering was, dat handhaving onevenredig zou zijn vanwege de kosten en de ligging in het buitengebied, en dat er sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen op legalisatie. De rechtbank wees het beroep af en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving, dat de afwijking niet gering was, dat financiële nadelen voor appellant voor zijn rekening komen, en dat het algemeen belang bij handhaving zwaarder weegt dan het ontbreken van hinder voor derden. Het vertrouwensbeginsel werd niet in behandeling genomen omdat dit niet eerder was aangevoerd.
De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van bouwvergunningen en het terughoudend toepassen van uitzonderingen op handhaving, ook bij beperkte afwijkingen en bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van de bouwvergunning en dwangsom bevestigd.