ECLI:NL:RVS:2011:BT2836

Raad van State

Datum uitspraak
28 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201009623/1/R1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.W.L. Simons-Vinckx
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan Bedrijventerrein Strijthagen voor percelen appellant

Bij besluit van 27 mei 2010 stelde de raad van de gemeente Landgraaf het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Strijthagen' vast. Appellant, wonende te Landgraaf, stelde hiertegen beroep in bij de Raad van State. Het beroep richtte zich op het plandeel met de bestemming 'Bedrijventerrein' voor de percelen van appellant.

De raad erkende in een brief van 8 juni 2011 dat het plan voor de percelen van appellant gebreken bevatte en startte een nieuwe procedure voor een bestemmingsplan. De Raad van State oordeelde dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor het betreffende plandeel en veroordeelde de raad tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 28 september 2011.

Uitkomst: Het bestemmingsplan voor het bedrijventerrein Strijthagen wordt vernietigd voor de percelen van appellant wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding.

Uitspraak

201009623/1/R1
Datum uitspraak: 28 september 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te Landgraaf,
appellant,
en
de raad van de gemeente Landgraaf,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 27 mei 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Strijthagen" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 oktober 2010, beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] en de raad hebben nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 augustus 2011, waar [appellant], bijgestaan door mr. J.G.L. van Nus, advocaat te Maastricht, en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door mr. A. van de Schraaff en mr. F. Ringhs, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het plan voorziet in een actualisatie voor het bedrijventerrein Strijthagen.
2.2. Het beroep van [appellant] heeft betrekking op het op zijn percelen [locaties] gelegen plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein".
2.2.1. De raad heeft bij brief van 8 juni 2011 medegedeeld dat het plan ten aanzien van de percelen [locaties] van [appellant] een aantal gebreken bevat en dat de procedure om te komen tot een nieuw bestemmingsplan voor de percelen [locaties] wordt gestart, hetgeen ter zitting is bevestigd.
2.2.2. Gelet hierop heeft de raad het bestreden besluit in zoverre in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.
Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" voor de percelen [locaties].
2.3. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het beroep gegrond;
II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Landgraaf van 27 mei 2010 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Strijthagen", voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" voor de percelen [locaties];
III. veroordeelt de raad van de gemeente Landgraaf tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
IV. gelast dat de raad van de gemeente Landgraaf aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van staat.
w.g. Simons-Vinckx w.g. Melse
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 28 september 2011
191-673.