ECLI:NL:RVS:2011:BT6655
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.H. van Kreveld
- M.J. van der Zijpp
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom voor illegale paardenhouderij zonder milieuvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk legde op 14 april 2010 aan appellant een last onder dwangsom op wegens het zonder milieuvergunning in werking hebben van een paardenhouderij op een locatie te Heemskerk. Na bezwaar werd het besluit herroepen en een nieuwe last opgelegd. Appellant voerde aan dat de paardenhouderij al vóór 1 januari 2002 bestond en daarom niet vergunningplichtig was.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht aannam dat de inrichting na 1 januari 2002 was opgericht, mede omdat de door appellant overgelegde stallijst niet dateerde en onvoldoende bewijs leverde. De paardenhouderij betreft een landbouwinrichting binnen 250 meter van een zeer kwetsbaar gebied, waarvoor een milieuvergunning vereist is volgens de Wet milieubeheer en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat appellant in strijd handelde met artikel 8.1 van de Wet milieubeheer door zonder vergunning zeven paarden te houden. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werden geen proceskosten toegekend en het college gaf aan geen dwangsommen te zullen invorderen totdat uitspraak is gedaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens het zonder vergunning houden van zeven paarden is ongegrond verklaard.