ECLI:NL:RVS:2011:BT7404
Raad van State
- Hoger beroep kort geding
- J.H. van Kreveld
- B.P. Vermeulen
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving bewoning bijgebouw wegens strijd met vergunningvoorwaarden
Het college van burgemeester en wethouders van Uden legde appellant op 12 maart 2008 een last onder dwangsom op om het gebruik van een bijgebouw voor woondoeleinden te beëindigen wegens strijd met het bestemmingsplan. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep door het college en de rechtbank bevestigd.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de procedure herzag het college op 29 maart 2011 haar standpunt en verklaarde het bezwaar gegrond, herroepte het eerdere besluit, maar legde opnieuw een last onder dwangsom op wegens overtreding van een vergunningvoorwaarde uit 2003.
Appellant voerde aan dat deze vergunningvoorwaarde nietig is en het college niet bevoegd was om handhavend op te treden. De Afdeling oordeelde dat de vergunningvoorwaarde in rechte onaantastbaar is geworden, maar dat het college op onjuiste gronden handhavend heeft opgetreden omdat het niet naleven van deze voorwaarde geen overtreding van de Woningwet oplevert.
Daarom werd het beroep van appellant tegen het besluit van 29 maart 2011 gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het college het bezwaar inmiddels had gegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van 29 maart 2011 wordt vernietigd en het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.