ECLI:NL:RVS:2011:BT8555
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- T.G. Drupsteen
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake nadeelcompensatie Betuweroute en waardevermindering perceel
Appellante, eigenaar van een perceel te Barendrecht, vorderde schadevergoeding wegens waardevermindering van haar perceel als gevolg van de sluiting van een spoorwegovergang in verband met de aanleg van de Betuweroute, HSL-Zuid en het Rail 21-project. De minister kende haar een vergoeding toe op basis van het Tracébesluit Betuweroute, met peildatum 28 mei 1998, en wees schade vóór die datum af.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij onder meer werd geoordeeld dat het convenant en andere stukken aanwezig waren in het dossier, dat appellante voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten toe te lichten, en dat de gemeente Barendrecht geen belanghebbende was. Tevens werd bevestigd dat de minister terecht het Tracébesluit als peildatum hanteerde en dat planologische schaduwschade niet voor vergoeding in aanmerking komt.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat het proces niet eerlijk was verlopen en dat schade ten gevolge van het structuurschema onterecht niet werd vergoed. De Raad van State verwierp deze gronden, bevestigde de rechtmatigheid van de ministeriële besluiten en de rechtbankuitspraak, en oordeelde dat de schadevergoeding correct was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.