Uitspraak
200400651/1), volgt uit artikel 1:2, derde lid, van de Awb dat voor het opkomen in rechte ter behartiging van algemene en collectieve belangen de eis van rechtspersoonlijkheid geldt om als belanghebbende te worden aangemerkt. Derhalve heeft de voorzieningenrechter terecht overwogen dat [appellant], als natuurlijke persoon, met zijn werkzaamheden niet als belanghebbende kan worden aangemerkt.