ECLI:NL:RVS:2011:BT8604
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- S.J.H. Cassé
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks overschrijding termijn boeterapport
De minister legde een vennootschap een boete van €32.000,- op wegens overtreding van de artikelen 2 en 18 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het boetebedrag verlaagd naar €29.500,-. De vennootschap stelde in hoger beroep dat het boeterapport niet tijdig was opgemaakt, wat strijdig zou zijn met artikel 18b van de Wav.
De Raad van State overwoog dat het begrip 'zo spoedig mogelijk' afhankelijk is van verschillende factoren en dat het boeterapport in deze zaak pas na een langere periode werd opgemaakt. De minister kon niet verklaren waarom er tussen september 2007 en mei 2008 geen onderzoeksactiviteiten waren. Dit betekent dat het boeterapport niet tijdig was, maar de overschrijding was niet zodanig dat de boete moest worden afgewezen of gematigd, omdat de vennootschap geen aantoonbaar nadeel had ondervonden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de boete van €29.500,- in stand wegens de overtredingen van de Wav door de vennootschap.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €29.500,- ondanks de overschrijding van de termijn voor het opmaken van het boeterapport.