Uitspraak
200902382/1), brengt een redelijke uitleg van het beleid met zich dat voor een veronderstelling als vorenbedoeld geen plaats is indien vaststaat dat de betrokkene, ondanks dat hij niet de in het land van herkomst gebruikelijke basisopleiding heeft gevolgd, niet slechts enkele woorden kan lezen en schrijven doch het schrift van zijn eigen taal beheerst. In een dergelijk geval staat buiten twijfel dat de betrokkene niet voldoet aan de in paragraaf 2.3.4., eerste alinea, van de Handleiding gegeven omschrijving van het begrip 'niet gealfabetiseerd'. Voor toepassing van een bewijsvermoeden dienaangaande bestaat in die situatie geen grond.
200902382/1), bestaat ten aanzien van de verzoeker die niet behoort tot de categorie niet gealfabetiseerden in de zin van de Handleiding, geen aanleiding voor het houden van een haalbaarheidsonderzoek als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de RNT. Reeds hierom is de minister terecht aan de verklaring van het ROC voorbijgegaan. Hier komt bij dat het ROC, anders dan [appellant A] stelt en zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, van een onjuiste veronderstelling met betrekking tot het door [appellant A] genoten onderwijs is uitgegaan.
200703218/1) is bij de vaststelling van de datum waarop het verzoek is ingediend slechts één datum bepalend, namelijk de datum van indiening bij de burgemeester. Deze indiening heeft op 20 juni 2007 plaatsgevonden. Dat ambtenaren van de gemeente [appellant B] voor de indiening van het verzoek hebben voorgelicht over de over te leggen documenten en [appellant B] deze stukken heeft verzameld, is in overeenstemming met de in de Handleiding beschreven werkwijze. Niet is gebleken dat [appellant B] het verzoek eerder heeft willen indienen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat geen sprake is van ambtelijke nalatigheid en dat aannemelijk is geworden dat [appellant B] haar verzoek formeel op 20 juni 2007 heeft ingediend, zodat op haar verzoek de regelgeving en het beleid zoals dat luidt sinds 1 april 2007 van toepassing is.