ECLI:NL:RVS:2011:BT8606
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- P.A. Offers
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Intrekking Nederlanderschap wegens verzwijging van bigamie bij naturalisatie
Appellant verkreeg in 1996 het Nederlanderschap, maar dit werd in 2008 ingetrokken nadat bleek dat hij bij zijn naturalisatie had verzwegen dat hij al gehuwd was met een andere vrouw in India. De minister verklaarde het bezwaar tegen de intrekking ongegrond en de rechtbank bevestigde dit in maart 2011.
Appellant stelde dat de minister geen belangenafweging had gemaakt en dat het verzwijgen van het buitenlandse huwelijk niet tot intrekking mocht leiden, mede omdat het huwelijk met zijn Nederlandse echtgenote was ontbonden en het tweede huwelijk buiten Nederland was gesloten. Ook wees hij op zijn langdurige inburgering en het risico op staatloosheid.
De Raad van State oordeelde dat de minister wel degelijk een belangenafweging had gemaakt en dat het belang van de Nederlandse staat om fraude bij naturalisatie te voorkomen zwaarder weegt dan het belang van appellant. De intrekking is geen straf, maar een correctie van de gevolgen van frauduleus handelen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van het Nederlanderschap wegens verzwijging van een eerder huwelijk wordt bevestigd.