ECLI:NL:RVS:2011:BU1619
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester tot verlenging huisverbod wegens onvoldoende motivering
De burgemeester van Den Haag legde op 27 juli 2010 een huisverbod op aan appellant vanwege een ernstig vermoeden van huiselijk geweld jegens zijn toenmalige echtgenote. Dit huisverbod werd op 5 augustus 2010 verlengd. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen beide besluiten ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad oordeelt dat het oorspronkelijke huisverbod terecht is opgelegd, gelet op de feiten, waaronder verklaringen van partijen, politieconstateringen en het risico op gevaar voor de veiligheid van de echtgenote. De rechtbank mocht het horen van een getuige die niet aanwezig was tijdens het incident afwijzen.
Echter, de verlenging van het huisverbod is niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, omdat de burgemeester besloot tot verlenging vóór het gesprek tussen partijen en hulpverleners plaatsvond. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of het gevaar voortduurde. De Raad vernietigt daarom het besluit tot verlenging en verklaart het beroep daartegen gegrond.
De rest van de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot verlenging van het huisverbod wordt vernietigd, het oorspronkelijke huisverbod blijft gehandhaafd.