ECLI:NL:RVS:2011:BU3498
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.J.M. Schuyt
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid ministerieel besluit op basis van BMA-advies in vreemdelingenzaak
De zaak betreft een vreemdeling die bij besluit van 17 augustus 2009 een afwijzing ontving op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. De minister verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 30 juli 2010, waarbij het Bureau Medische Advisering (BMA) een cruciale rol speelde met adviezen over de medische situatie van de vreemdeling.
De rechtbank had het besluit van de minister vernietigd omdat het BMA-advies van 21 april 2010 volgens haar niet voldoende inzichtelijk was, mede vanwege een schijnbaar tegenstrijdige brief van behandelend zenuwarts Rengelink. De minister stelde dat het BMA en Rengelink dezelfde gegevens gebruikten en dat het verschil in interpretatie niet betekent dat het advies onzorgvuldig of onduidelijk is.
De Raad van State oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk tot stand was gekomen en dat het verschil van inzicht tussen het BMA en Rengelink niet tot vernietiging van het besluit leidt. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 31 oktober 2011.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister wordt bevestigd.